The best of 111 columns

Ik schrijf elke dag een column van 300 woorden. En dat zijn er in tussen al 111 geworden. Omdat ik het niet leuk vind om elke week alle columns hier up te loaden, heb ik besloten om alleen “the best of…” op www.365dagenproject.nl te plaatsen. Want hoewel ik elke dag een column schrijf, vind ik ze niet allemaal even leuk. Mag ik zelf de regels aanpassen? Ja, dat mag geloof ik. Dus vandaag: “The best of… the kids.”


86. Echte liefde
Mama, kijk eens wat ik kan? Mama, mama, mama, kijk eens? Kijk eens mama? Mama? Kijk, ik kan al op mijn tenen staan! En op 1 been! En op 1 been op mijn tenen. Mama, kijk eens? Ik kan al mijn vinger op steken! En mama, mama, kijk eens mama, ik kan ook al met twee vingers in de lucht.

Mama, mama, kijk eens? Die bomen zijn groen. En die ook, en die ook! En die is roze, kijk eens mama, kijk! Die boom is roze en die is heel groot. En kijk eens mama, die boom is groen en heel groot. En die boom is heel klein, kijk maar mama.

Mama, kijks wat ik aan heb mama. Ik heb mijn lievelings trui aan. En mijn lievelingsbroek. En dit is mijn lievelingsbroek van gisteren, maar die is vies geworden in de modder. Kijk eens mama, kijk eens? Ik bedoel deze broek. Kijk maar mama, kijk. Mama? Kijk dan, hier zit een vlek. Dus dat is nu even niet meer mijn lievelingsbroek.

Kijk eens mama, mama, kijk eens? Mama? Ik kan dit autootje door de lucht laten vliegen. En deze ook. Kijk eens mama hoe hoog ze gaan. Kijk eens? Mama, kijk ook eens hier naar? Ik laat dit vliegtuigje ook mee vliegen, met mijn andere hand. Kijk eens mama, zie je dat? En auto en een vliegtuig in de lucht. Dat kan toch eigenlijk niet!

Kijk eens mama, mama, kijk eens? Ik kan een liedje zingen dat ik heb geleerd op school. Maar ik weet de woorden even niet meer. Kijk eens mama, kijk maar. Kijk maar mama, kijk eens? Ik kan ook een cirkeltje tekenen. Zie je wel? En ik kan ook een groen cirkeltje tekenen, en een blauwe. Kijk maar eens mama, kijk maar!

En mama, kijk eens? Kijk maar eens mama, mama, kijk maar. Ik teken jou, met een hartje er naast. Want ik vind jou zo lief. Kijk maar mama, kijk maar eens.

#echteliefde


62. Een (b)engeltje
Een heel klein meisje keek me aan van onder haar roze mutsje. Een heel klein neusje, tien kleine vingertjes, 10 mini teentjes, een klein mondje en twee priemende donkere oogjes. Geboren in 3 uur. Ze had duidelijk zin om de wereld te veroveren. Na een lastige start werd het meisje steeds groter. Op handen gedragen door haar grote broer en haar papa. In de watten gelegd door haar mama. Het kleine meisje heeft mooie bruine haartjes en lange donkere wimpers om haar donkere oogjes. Als het kleine meisje anderhalf jaar is wil ze al zelf bepalen wat ze aan wil.

Niemand weet waarom het kleine meisje elke dag haar sokken uit trekt en deze vervolgens over haar handen draagt. Zelfs aan tafel. Als de mama van het kleine meisje zegt dat dat niet mag wordt het kleine meisje een beetje boos. In haar eigen taal legt ze luid en duidelijk uit wat ze wil, wanneer ze het wil en van wie ze iets wil. Het kleine meisje is niet op haar mondje gevallen, al is ze nog zo klein.

Als ze op visite gaat kijkt het kleine meisje even de kat uit de boom. En precies op het moment dat de overige visite haar prijst om haar ‘lieve en rustige karakter’ slaat het kleine meisje toe. Ze klimt op de stoelen, of op de bank. En als ze in een hele stoute bui is klimt ze op de vensterbank. Ze rent achter de huisdieren aan, doet hop hop paardje met de gastdame en gaat op zoek naar iets lekkers om te eten. En als ze moe is van al het spelen in dat vreemde huis, dan klimt ze met rode wangen bij haar mama op schoot. Om even bij te komen.

Op de fiets heeft het kleine meisje overal oog voor. Ze kijkt naar de eendjes, de bomen en de wolken. Ze wijst aan wat ze ziet en verzint er zelf hele verhaaltjes bij.

En aan het einde van de dag? Dan is het kleine meisje moe. Dan wil ze graag een verhaaltje horen, uit een zelf gekozen boekje, en doet ze zelf het licht uit. Het kleine meisje is een bengeltje, en een engeltje. Mijn druifje. Mijn aapie. Mijn alles.

99. Puur geluk
“Mama, mogen we met de kussens spelen?”

“Ja Vin, is goed.”

“Kom Lyla! We gaan lekker kruipen en klimmen!”

Met een hoop gepuf en gesteun worden alle kussens van de bank en de stoel naar het midden van de kamer versleept. Twee rode koppies van inspanning. Er wordt druk gewerkt.

“Lyla, jij was de baby. Goed? Dan moet je zeggen ‘Whe whe’ en dan vraag ik jou wat er aan de hand is.”

“Whe, whe!!”

“Wat is er baby? Wil je graag een hapje eten? Hier, hier is zogenaamd een stukje kaas. Is dat beter baby?”

“Whe, whe!!”

“Wil je dan wat drinken baby? Ranja? Hier is je tuitbeker. Zogenaamd. Kijk!”

“Nu ben ik de baby, en dan ben jij de moeder Lyla. Goed? Lylaatje, goed? Whe, whe!”

“Pha, tata, dedde ta mama baba dlinkelie?””

“Ja, de baby wil dlinkelie! Slok, slok, slok.”

“Lyla? Leg die kussens eens op mij. Dan ben ik een boterham. Doe je dat? Kijk mama, ik ben een boterham!”

“Dlie, tatadlauw, klikkla pla dida. O,nee!!”

“Okay, Lyla, jij bent nu een boterham. Ik ga je opeten boterham. Lekker, hmmm.”

“Lalala, ha dlada?”

“En nu zijn we twee vogeltjes Lyla. In een nestje. Ik ben de jongensbabyvogel en jij de meisjesbabyvogel. Kom maar!”

Het blijft opvallend stil hierna. Ik neem polshoogte en vind een jongensbabyvogel en een meisjesbabyvogel diep in slaap in een nestje van kussens.

#puurgeluk


24. Is er een tolk in de zaal?
Een heel klein meisje keek me aan van onder haar roze mutsje. Een heel klein neusje, tien kleine vingertjes, 10 mini teentjes, een klein mondje en twee priemende donkere oogjes. Geboren in 3 uur. Ze had duidelijk zin om de wereld te veroveren. Na een lastige start werd het meisje steeds groter. Op handen gedragen door haar grote broer en haar papa. In de watten gelegd door haar mama. Het kleine meisje heeft mooie bruine haartjes en lange donkere wimpers om haar donkere oogjes. Als het kleine meisje anderhalf jaar is wil ze al zelf bepalen wat ze aan wil.

Niemand weet waarom het kleine meisje elke dag haar sokken uit trekt en deze vervolgens over haar handen draagt. Zelfs aan tafel. Als de mama van het kleine meisje zegt dat dat niet mag wordt het kleine meisje een beetje boos. In haar eigen taal legt ze luid en duidelijk uit wat ze wil, wanneer ze het wil en van wie ze iets wil. Het kleine meisje is niet op haar mondje gevallen, al is ze nog zo klein.

Als ze op visite gaat kijkt het kleine meisje even de kat uit de boom. En precies op het moment dat de overige visite haar prijst om haar ‘lieve en rustige karakter’ slaat het kleine meisje toe. Ze klimt op de stoelen, of op de bank. En als ze in een hele stoute bui is klimt ze op de vensterbank. Ze rent achter de huisdieren aan, doet hop hop paardje met de gastdame en gaat op zoek naar iets lekkers om te eten. En als ze moe is van al het spelen in dat vreemde huis, dan klimt ze met rode wangen bij haar mama op schoot. Om even bij te komen.

Op de fiets heeft het kleine meisje overal oog voor. Ze kijkt naar de eendjes, de bomen en de wolken. Ze wijst aan wat ze ziet en verzint er zelf hele verhaaltjes bij.

En aan het einde van de dag? Dan is het kleine meisje moe. Dan wil ze graag een verhaaltje horen, uit een zelf gekozen boekje, en doet ze zelf het licht uit. Het kleine meisje is een bengeltje, en een engeltje. Mijn druifje. Mijn aapie. Mijn alles.

97. In-vliegende-vaart-dag
“Shit!” Ik schiet omhoog en grijp naar mijn telefoon. Hij is uit. Fijn. Lang leve de smartphones, die het niet eens overleven als ze een nachtje niet aan de oplader liggen. Naast mijn telefoon staat mijn wekker, maar ik heb mijn lenzen niet in dus ik zie niet direkt dat het al ruim over zevenen is. Jalèle is allang naar zijn werk, want die heeft ochtenddienst en moest dus om zes uur weg. En nu ben ik weer in slaap gevallen. “Shit, shit, shit,” mompel ik. Naast me doet Vinnie een oog open. “Wat is er mama?” vraagt hij. Vaak sluipt hij bij me in bed zodra hij hoort dat zijn vader er uit gaat.

“We zijn te laat Vin! Kom, snel uit bed!” Terwijl ik uit bed ren kijkt mijn ventje aandachtig op de wekker. “Is het dan al 11 uur mama? Want dan zijn we echt te laat. Toch?” “Schiet op Vin,” is het enige wat ik in de haast nog kan zeggen. Ik kan namelijk niet zo goed tegen haast en word er gestresst van. Meestal kan ik dan niet meer normaal nadenken en ga ik alsmaar harder praten. Totdat ik ga schreeuwen en beide kinderen hun oren afsluiten voor mijn getier. Ik haat dat van mezelf, maar kan er tot nu toe weinig aan veranderen. Ja, vroeg op staan, dat helpt. Genoeg tijd hebben voor alles, zodat ik normaal kan nadenken en de kids één voor één kan aankleden, inplaats van allebei tegelijk. Als die stomme telefoon niet aldoor zou uitvallen. Grrr….

“Kom Ly, uit bed. Vinnie, doe jij je kleren aan? Laat het douchen maar zitten. Dat doen we vanavond wel. En Ly? Kom met je handen uit de WCpot, dat echt goor! Vin! Ly! Luisteren allebei. Alstjeblieft. F*ck, waar is mijn andere schoen? Lyla, heb je mama’s schoen gezien? Onder de kast? Heb je hem onder de kast gegooid? Dat mag niet! Niet nu, als mama zich verslapen heeft. Kom, eet je brood! Eet nou je brooo-ooood!!! Snel, jas aan. Schoenen aan. Vin, je drinken! Je hebt nog niets gedronken! Jongens, kom nouuu-ouuuu, please!”

En terwijl ik ruzie maak met Lyla’s rits kijkt Vinnie me aan. “Mama?” vraagt hij, “waarom zei je gisteren dat ik vrij was als ik nu wel naar school moet. Ik had toch vrij?” “Nee Vin, kom, niet zoveel praten. Het is vandaag…… Hemelvaartsdag….”

47. Achter het behang er mee
Soms heb ik van die dagen dat ik mijn kinderen wel 38 keer achter het behang wil plakken. Ze zitten elkaar dan continu in de haren, smijten overal mee wat los zit en klimmen op de banken, stoelen en tafels. Op zulke dagen denk ik dat of ik Chinees praat, of zij alleen Chinees verstaan. Dat moet wel, het kan niet anders.

Vandaag was zo’n dag. Het begon vanochtend best goed, tot ik onder de douche ging. Hoewel de kids de speelgoedkist op Vinnie’s kamer hadden ontdekt, en er dus ongeveer 80 verschillende autootjes lagen, 10 popjes, dinosaurussen, schepjes, ballen en nog veel meer, moesten ze persé dat wat de ander net had gepakt. ALDOOR. En dan probeer je dus te douchen, terwijl er continu een strijd gaande is een kamer verder op. Dan stormt de ene de badkamer boos in en uit, en dan de ander. En dan weer de een, en dan weer de ander. En ondertussen bevries ik onder de douche, omdat NIEMAND de deur dicht doet achter zijn gat.

Ik probeer ze weer vrede te laten sluiten door samen te bedenken welk speelgoed mee mag naar de tuin en welke we weer in de kist kieperen. Het helpt. Heel even denken ze samen hard na over tuinproof speelgoed. Vinnie legt zelfs aan Lylaatje uit waarom een stoffen bal niet zo heel geschikt is en stelt voor om het emmertje met schepje te kiezen. Lylaatje is het er mee eens, en we kunnen in alle rust naar beneden. O, nee, was het maar zo simpel. Want zowel Vinnie als Lyla willen ALS EERST van de trap af. En dat kan dus niet, helaas. Als ik dan maar als eerst ga is het natuurlijk helemaal heibel, want ‘dat is niet eerlijk!’ volgens Vinnie. “Neeheeee,” is Lylaatje het daar dan wel weer mee eens.

De rest van de dag blijft zo ellendig. ALLEBEI willen ze in het karretje bij de Praxis, wat natuurlijk niet past. En ALLEBEI willen ze er niet meer in als ik Lylaatje er in heb geparkeerd. Brullen, huilen, janken…. Ik word er soms zo moe van. Hoewel we twee fietsen hebben moeten ze perse allebei op de kleinste. En allebei willen ze precies de emmer die de ander net had.

Als ik ze vraag om me te helpen dan wordt het alleen maar erger, want ze willen allebei NAAST MAMA zitten. Dus ik prop me tussen twee losgeslagen kleuters om te zorgen dat we met z’n drieeen in de tuinstoel passen, ik in het midden. Pas als we met z’n drieeen de aarbeien gaan planten en de tomaat en de zonnebloemen gaat het weer en beetje goed. Totdat ze allebei hetzelfde onkruidje uit de tuin willen trekken. Lyla slaat Vinnie met een lepel, Vinnie duwt Lyla de heg in. En ik? Ik word niet goed. HOU OP ALLEBEI!!!

Aan tafel wil Lylaatje niet eten. Tenminst, niet wat ik wil dat ze eet. Ze wil alleen maar kroepoek en verder niets. Ze gooit haar drinken op de grond en schuift haar bord bijna aan de andere kant de tafel af. HELP! WAAR IS HIER DE NOODUITGANG! In bad gooien ze water in elkaars gezicht en kiepert Lyla een beker over mijn hoofd leeg. En Vinnie maar lachen. Wat een pret. Not.

Ik bedenk me op zulke dagen maar dat we morgen weer een dag hebben. Het kan niet elke dag feest zijn. Maar morgen graag wel, goed kids?

Benieuwd naar al mijn columns? Ze zijn te vinden op mijn website www.mamakimm.wordpress.com. Tot de volgende “best of…”!

111 columns, 33300 words down, 76200 to go…





1

Vind je dit een leuk bericht? Geef een hartje!

1

Dit vind je misschien ook leuk

Laat een reactie achter

Wij gebruiken deze gegevens alleen om eventueel te kunnen reageren op je reactie of vraag, niet voor commerciële doeleinden zoals advertenties. De gegevens worden maximaal 6 maanden bewaard. Jouw e-mailadres zal niet gepubliceerd worden.